Passende arbeid

Ingangsdatum: 1 juli 2015

Het begrip passende arbeid in de Richtlijn passende arbeid 2008 (Staatscourant 2008, nummer 123) wordt aangescherpt en opgenomen in een Algemene maatregel van bestuur. Nu mag de werkloze werknemer zich gedurende de eerste zes maanden richten op arbeid van hetzelfde niveau als de arbeid waaruit hij werkloos is geworden, moet hij na zes maanden arbeid aanvaarden dat één niveau lager is en moet hij na twaalf maanden alle arbeid aanvaarden.

De hierbij te onderscheiden vier niveaus zijn: academisch/hoger beroepsonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, basisonderwijs.

De aanscherping houdt in dat al na zes maanden alle arbeid als passend wordt aangemerkt.

Deze wijziging geldt ook voor de Ziektewetuitkering (artikel 30 lid 5 ZW).

Op grond van de Richtlijn passende arbeid geldt ook nog een bepaling ten aanzien van de vraag welke arbeid passend is voor wat betreft de te aanvaarden reisduur. Op grond daarvan geldt dat tijdens het eerste halfjaar van de werkloosheid een werkaanbod passend is, voor zover de reistijd niet meer bedraagt dan rond twee uur per dag (tenzij in het oude beroep langere reistijden gebruikelijk waren). Na het eerste halfjaar is arbeid passend bij een reistijd met een maximum van rond drie uur per dag (tenzij voorheen een langere reistijd gebruikelijk was). Bij voortdurende werkloosheid geldt dat voor het aanvaarden van een baan zo nodig moeten worden verhuisd.