Overgangsrecht

Het oude recht blijft van toepassing (artikel XXII):

  • op een ontslagaanvraag die is gedaan vóór de datum van inwerkingtreding van de wet (1 juli 2015);
  • op een opzegging van de arbeidsovereenkomst die is gedaan na de datum van inwerkingtreding van de wet als die opzegging is gebaseerd op een ontslagaanvraag die is gedaan vóór de datum van inwerkingtreding van de wet (1 juli 2015);
  • op gedingen over dergelijke ontslagaanvragen en opzeggingen;
  • op een opzegging van de arbeidsovereenkomst die is gedaan vóór de datum van inwerkingtreding van de wet (1 juli 2015);
  • op gedingen over een dergelijke opzegging;
  • op een geding dat is aangevangen vóór de datum van inwerkingtreding van de wet (1 juli 2015).
Met een geding is bedoeld de procedure in alle instanties (eerste aanleg, hoger beroep en cassatie).

Indien een ontslagvergunning is aangevraagd vóór 1 juli 2015 en de arbeidsovereenkomst op basis van de vervolgens verkregen ontslagvergunning wordt opgezegd na 1 juli 2015, is de werkgever ook nog niet de transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd. De overgangsbepaling van artikel XXII verklaart dan namelijk nog de oude tekst van alle artikelen van afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Aangezien daartoe ook de bepaling van artikel 7:673, waarin de transitievergoeding is geregeld, behoort, is ten aanzien van de bovenbedoelde opzegging nog niet de wettelijke bepaling inzake de transitievergoeding van toepassing.

Ook voor verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst geldt dat het oude recht nog van toepassing is als het verzoekschrift vóór 1 juli 2015 is ingediend. Het ontbindingsverzoek leidt dan immers tot een geding dat is aangevangen vóór de datum van inwerkingtreding van de wet. Dat betekent dat in dat geval niet de transitievergoeding verschuldigd is maar de ontslagvergoeding volgens de kantonrechtersformule. Het betekent ook dat de kantonrechter bij zijn beslissing op het verzoek nog niet gebonden is aan de ontslaggronden van artikel 7:669 B.W. maar uit mag gaan van de ruimere ontbindingsgronden zoals die nu nog zijn vermeld in artikel 7:685 B.W.

Artikel XXII verklaart die oude tekst van de wet nog van toepassing door de bepalingen van
afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing te verklaren zoals die gelden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I onderdeel O van de Wet werk en zekerheid. Daarin is de nieuwe tekst van de bepaling van artikel 7:669 B.W. geregeld (die aangeeft dat voor ontslag een redelijke grond dient te bestaan). Deze bepaling treedt volgens het Koninklijk Besluit van 10 juli 2014 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid (Staatsblad 2014, nr. 274) in werking op 1 juli 2015. De op 30 juni 2015 geldende tekst van afdeling 9 van Boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek is dus van toepassing op de opzegging als de ontslagvergunning is aangevraagd vóór 1 juli 2015 c.q. als het ontbindingsverzoek is ingediend vóór 1 juli 2015.

De transitievergoeding is wel verschuldigd
voor elke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die langer dan twee jaar heeft geduurd en die op of na 1 juli 2015 van rechtswege eindigt, als die arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet. Dan is immers geen sprake van een opzegging als bedoeld in artikel XXII en ook niet van een geding als bedoeld in artikel XXII en dus geldt de bepaling van artikel 7:673 B.W. inzake de transitievergoeding dan direct.