Samenloop van transitievergoedingen met andere ontslagvergoedingen

Voor het geval de werknemer op grond van een vóór 1 juli 2015 gemaakte individuele of collectieve contractuele afspraak recht heeft op een ontslagvergoeding of andere voorziening kan bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat de werknemer gedurende een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden geheel of gedeeltelijk geen recht heeft op de transitievergoeding (art. XXII lid 7). In een Besluit van 23 april 2015 (Besluit overgangsrecht transitievergoeding, Staatsblad 2015, nummer 172) is geregeld wanneer de werknemer in dit verband geheel of gedeeltelijk geen recht heeft op de transitievergoeding.

Bepalend is dan allereerst dat de werknemer aan de vóór 1 juli 2015 gemaakte afspraken rechten kan ontlenen (artikel 1 onder b Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Niet de binding van de werknemer aan de gemaakte afspraken is dus van belang, maar de vraag of de werkgever zich verbonden heeft in die zin dat de werknemer de rechten kan inroepen als hij dat wil. Een door de werkgever met de ondernemingsraad overeengekomen sociaal plan voldoet wel aan die voorwaarde (ook al bindt dit de werknemer niet), maar een eenzijdig door de werkgever vastgesteld sociaal plan niet, aangezien de werkgever dit ook weer eenzijdig kan intrekken. Ook als de werkgever door nawerking aan een CAO is gebonden, (ongeacht of de looptijd van de CAO vóór of na 1 juli 2015 afliep) is voldaan aan de voorwaarde voor toepassing van het overgangsrecht.

Vervolgens wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve afspraken met vakbonden en overige afspraken. CAO's en sociale plannen die met de vakbonden zijn overeengekomen vallen onder de eerste categorie, sociale plannen die met de ondernemingsraad zijn overeengekomen en individuele afspraken met werknemers onder de tweede categorie.

Collectieve afspraken
Indien sprake is van collectieve afspraken geldt tot 1 juli 2016 dat de werknemer geen recht heeft op de transitievergoeding (artikel 2 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). De gemaakte collectieve afspraken gaan dan vóór. Dat de collectieve afspraken vóór gaan op de transitievergoeding geldt niet als de collectieve afspraken worden verlengd of gewijzigd of als zij vervallen (artikel 4 lid 4 Besluit overgangsrecht transitievergoeding) maar als dat met de vakbonden wordt overeengekomen blijven de geldende afspraken  van kracht voor onderdelen van de afspraken die niet zijn verlengd of gewijzigd c.q. die niet zijn vervallen (artikel 4 lid 5 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Als het gaat om een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt het vóór gaan van de collectieve afspraken boven de transitievergoeding alleen als de werknemer recht heeft op dezelfde vergoedingen en voorzieningen als een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 4 lid 2 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Vergoedingen of voorzieningen die strekken ter compensatie van de werknemer voor de verkorting van de duur van de WW-uitkering zijn verschuldigd naast (en niet in de plaats van) de transitievergoeding (artikel 4 lid 3 Besluit overgangsrecht transitievergoeding).

Overige afspraken
Indien sprake is van overige afspraken heeft de werknemer het recht om te kiezen voor de transitievergoeding ofwel voor de gemaakte afspraken (artikel 3 lid 1 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Om de werknemer in staat te stellen deze keuze te maken moet de werkgever de werknemer schriftelijk informeren over de voorwaarden waaronder de transitievergoeding is verschuldigd, over de hoogte van de transitievergoeding en over de vergoedingen en voorzieningen op grond van de contractueel gemaakte afspraken (artikel 3 lid 2 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Nadat de werkgever de werknemer de schriftelijke informatie heeft verstrekt, heeft de werknemer gedurende vier weken de gelegenheid om al dan niet schriftelijk afstand te doen van de transitievergoeding, en aldus zijn keuze te maken (artikel 3 lid 3 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Zodra de vóór 1 juli 2015 gemaakte afspraken worden verlengd of gewijzigd of als zij vervallen, geldt het keuzerecht niet meer (artikel 3 lid 4 Besluit overgangsrecht transitievergoeding). Dan is de transitievergoeding verschuldigd naast c,q, boven op de contractueel overeengekomen vergoeding.