Recht op transitievergoeding

Als een arbeidsovereenkomst twee jaar of langer geduurd heeft en op initiatief van de werkgever wordt beëindigd of niet wordt voortgezet, derhalve in geval van:

  • opzegging door de werkgever;
  • ontbinding door de kantonrechter op verzoek van de werkgever; of 
  • niet voortzetting op initiatief van de werkgever van een van rechtswege geëindigde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; 
moet de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding betalen (artikel 7:673 lid 1 onder a B.W.).

Om geen transitievergoeding verschuldigd te worden dient na het einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een nieuwe arbeidsovereenkomst te worden aangeboden die gelijkwaardig is aan of beter dan de voorgaande arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Bij gebreke van andersluidend overgangsrecht is, indien overigens aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan, de transitievergoeding ook verschuldigd voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die vóór 1 juli 2015 zijn aangegaan en na 1 juli 2015 eindigen.

De transitievergoeding moet ook worden betaald als een arbeidsovereenkomst twee jaar of langer geduurd heeft en op initiatief van de werknemer wordt beëindigd of niet wordt voortgezet, derhalve in geval van
  • opzegging door de werknemer;
  • ontbinding door de kantonrechter op verzoek van de werknemer; of 
  • niet voortzetting op initiatief van de werknemer van een van rechtswege geëindigde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; 
indien sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:673 lid 1 onder b B.W.).

De transitievergoeding geldt dus ook voor werknemers met een tijdelijk contract indien de arbeidsverhouding tenminste twee jaar heeft geduurd.

De transitievergoeding is niet van toepassing bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, maar te verwachten valt dat werknemers niet snel met beëindiging van de arbeidsovereenkomst zullen instemmen indien niet tenminste de transitievergoeding wordt betaald waarop zij recht zouden hebben indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever zou worden opgezegd.

De transitievergoeding is ook verschuldigd als de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

De werkgever kan de werknemer een aanleiding verschaffen om de arbeidsovereenkomst zelf op te zeggen of mee te werken aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden door de tijdens ziekte opgebouwde en (veelal) niet opgenomen vakantiedagen niet uit te betalen. De werkgever is daartoe pas verplicht bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Door de arbeidsovereenkomst niet zelf op te zeggen en door de vakantiedagen niet al tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst uit te betalen, kan de werknemer uitbetaling van de vakantiedagen alleen afdwingen door de arbeidsovereenkomst zelf op te zeggen dan wel door mee te werken aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. In beide gevallen is de transitievergoeding niet verschuldigd.