Voorgeschiedenis Wet werk en zekerheid

De VVD en PvdA hadden in het regeerakkoord afgesproken dat zij de werking van de arbeidsmarkt zouden verbeteren door oudere werknemers meer kans op een baan te bieden, flexwerkers betere bescherming te bieden en de doorstroming van de ene baan naar de andere sneller te laten verlopen, waardoor zo kort mogelijk een beroep op een uitkering behoeft te worden gedaan. Gestreefd werd daarom naar een herziening van het ontslagrecht en naar een "modernisering” van de Werkloosheidswet (WW).

Om aan die voornemens invulling te geven werd vervolgens door de regering op 11 april 2013 met de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties overeenstemming bereikt over maatregelen om het economisch herstel te stimuleren en de arbeidsmarkt aan te passen. Dit "sociaal akkoord” betekende dat de maatregelen uit het regeerakkoord werden aangepast.

Vervolgens werd in het kader van de begrotingsafspraken voor het jaar 2014 met D’66, Christenunie en SGP overeenstemming bereikt over steun in de Eerste Kamer voor de voorgenomen herziening van het ontslagrecht, waarbij werd afgesproken dat de maatregelen een half jaar eerder zouden ingaan dan in het sociaal akkoord was voorzien. Afgesproken was dat de herziening van het ontslagrecht en de hervorming van de WW per 1 januari 2016 zouden ingaan maar dat de maatregelen ter bescherming van de positie van de flexwerkers al op 1 januari 2015 zouden ingaan. Dat zou dus 1 juli 2014 respectievelijk 1 januari 2015 worden. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer heeft de regering toegezegd de wijziging van de ketenregeling (verlenging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd) pas op 1 juli 2015 te laten ingaan. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer is toegezegd de andere onderdelen betreffende de bescherming van de flexwerker te laten ingaan op 1 januari 2015.

Vele eerdere pogingen om het ontslagrecht te herzien zijn gesneuveld in de Tweede Kamer of zelfs nog in de Eerste Kamer. Op 24 juni 2014 is de Wet werk en zekerheid echter in het Staatsblad gepubliceerd.