Doelstelling Wet werk en zekerheid

Het wetsvoorstel heeft ten doel een nieuw evenwicht te bereiken tussen flexibiliteit voor de werkgever en zekerheid voor de werknemer.

De achtergrond daarbij is dat sprake is van:

  • een sterkere dynamiek op arbeidsmarkt (werknemers wisselen vaker van baan);
  • een door de vergrijzing naar achteren schuivende pensioendatum (werknemers werken langer door).

De regering constateert dat behoefte bestaat aan:
  • een activerende WW;
  • een mobiliteitsbevorderend arbeidsrecht;
  • hechte en solide arbeidsrelaties waarbij werkgevers en werknemers bereid zijn in elkaar te investeren;
  • investeringen in inzetbaarheid werknemer, opdat:
    • de werknemer meer wendbaar is en meer kansen op de arbeidsmarkt heeft;
    • de werkgever het personeelsbestand makkelijker kan aanpassen aan ontwikkelingen op de afzetmarkt (omdat werknemers beter in staat zijn ander werk te vinden);
  • concrete investeringen in van-werk-naar-werk trajecten bij dreigend ontslag.

Daarnaast constateert de regering dat de arbeidsmarkt minder goed functioneert doordat:
  • een groeiend aantal mensen langdurig werkzaam is op basis van flexibele contracten en daardoor:
    • minder perspectief heeft op een duurzame arbeidsrelatie;
    • minder mogelijkheden heeft tot scholing;
    • minder mogelijkheden heeft om een woning te kopen of huren;
  • een (weliswaar afnemend) aantal met name oudere werknemers met een vaste baan vast zitten in hun huidige baan doordat:
    • zij te onzeker zijn om van baan te wisselen omdat zij de ontslagbescherming en de arbeidsvoorwaarden van hun huidige baan niet durven op te geven;
    • andere werkgevers hen als gevolg van het huidige ontslagrecht geen vast contract durven aan te bieden.

Het gevolg is dat er een groeiend verschil is tussen werknemers met een vast contract en werknemers met een flexibel contract. Ook constateert de regering oneigenlijk gebruik van de mogelijkheid om flexibele contracten aan te bieden.

De regering is van mening dat een betere werking van arbeidsmarkt en economie bevorderd wordt door duurzame arbeidsrelaties, omdat die leiden tot:
  • continuïteit in het bedrijf van de werkgever;
  • bevordering van innovatie;
  • het voorkomen van afwenteling van sociale risico’s op de maatschappij door werkgevers.

Bij het doorvoeren van de gewenste maatregelen, acht de regering goede vormgeving van belang omdat bij te rigide ontslagbescherming:
  • werknemers te weinig investeren in hun inzetbaarheid;
  • werknemers niet overstappen naar andere werkgevers uit angst opgebouwde rechten te verliezen;
  • werkgevers onvoldoende kunnen meebewegen met de economie en daardoor minder banen creëren of uitwijken naar flexibele contracten.

Bij een te weinig activerende inkomensbescherming van de WW ziet de regering een verminderde stimulans om actief op zoek te gaan naar ander werk.

De regering wil daarom samenhangende aanpassingen in het ontslagrecht en de WW doorvoeren, aldus dat:
  • het arbeidsrecht bescherming biedt tegen willekeur, maar ook een gereguleerde mogelijkheid om afscheid te nemen van een werknemer, door:
    • een einde te maken aan de mogelijkheid die de werkgever heeft om te kiezen voor een procedure bij het UWV of bij de kantonrechter (duale ontslagstelsel);
    • ontslagvergoedingen niet langer leeftijdsafhankelijk te maken;
    • ontslagvergoedingen wettelijk te regelen en te verlagen;
    • ontslagprocedures te verkorten;
    • ontslagvergoedingen meer productief in te zetten voor het vinden van ander werk;
  • er mogelijkheden zijn om werknemers op tijdelijke basis aan te nemen maar tegelijkertijd een beperking van de mogelijkheid om werknemer langdurig in te zetten op basis van flexibele contracten, door:
    • werknemers eerder aanspraak kunnen maken op een vast contract;
    • draaideurconstructies met tijdelijke contracten te bestrijden;
    • de positie van oproepkrachten te versterken;
  • de WW-uitkering de werknemer beschermt tegen een scherpe inkomensteruggang bij ontslag maar dat de werknemer ook gestimuleerd wordt om snel nieuw werk te vinden, door:
    • het systeem van inkomensverrekening zodanig aan te passen dat werken vanuit de WW altijd loont;
    • de WW-duur te beperken tot 24 maanden;
    • na zes maanden werkloosheid alle arbeid als passend aan te merken.