Uitzendovereenkomst

Ingangsdatum: 1 januari 2015

Wijzigingen uitzendovereenkomst

De uitzendovereenkomst is de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.

Uitzendovereenkomsten hebben op twee punten een ander rechtsgevolg dan gewone arbeidsovereenkomsten. Op de eerste plaats kunnen bij uitzendovereenkomsten arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar gedurende de eerste 26 weken onbeperkt opvolgen. En op de tweede plaats kan in uitzendovereenkomsten gedurende de eerste 26 weken het beding worden opgenomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt als de inlener van de diensten van de uitgezonden werknemer geen gebruik meer wenst te maken (het zogenaamde "uitzendbeding”).

Onder de huidige wet kan bij CAO onbeperkt van deze wettelijke bepalingen worden afgeweken. Het wetsvoorstel beperkt deze afwijkingsmogelijkheid tot maximaal 78 weken.

Ook ten aanzien van de uitzendovereenkomst is van belang dat de tussenpoos van art. 7:691 lid 4 B.W. wijzigt. Onder het oude recht werden perioden waarin arbeid wordt verricht die elkaar binnen één jaar opvolgen in aanmerking genomen voor de berekening van de periode van 26 weken, maar kon bij CAO worden afgeweken van deze termijn van één jaar. Vanaf 1 januari 2015 worden perioden van arbeid die elkaar binnen zes maanden opvolgen samengeteld, maar kan van deze termijn niet meer bij CAO worden afgeweken.

Overgangsrecht uitzendovereenkomst

Op uitzendovereenkomsten die reeds zijn tot stand gekomen vóór het tijdstip van inwerkingtreden van de wet (1 januari 2015) blijft de oude wet van toepassing (artikel XXIII lid 1).

Onder het totstandkomen van een arbeidsovereenkomst moet blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstukken 33818, nr. 3, bladzijde 127) worden begrepen het aangaan van de arbeidsovereenkomst zodat op de uitzendovereenkomst die vóór 1 januari 2015 is getekend nog het oude recht van toepassing is.
Bepalend is het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten (Memorie van Antwoord, 33818, nummer C bladzijde 53).

De oude wet blijft nog van toepassing op de CAO waarbij van de wet is afgeweken en op de daarop gebaseerde arbeidsovereenkomsten gedurende de looptijd van de CAO maar maximaal tot 1 juli 2016 (art. XXIII lid 2).