Nulurencontracten en min-max contracten

Ingangsdatum: 1 januari 2015

Wijzigingen nulurencontracten en min-max contracten

De thans bestaande hoofdregel dat geen loon behoeft te worden betaald als niet wordt gewerkt verdwijnt en de thans bestaande uitzondering wordt de hoofdregel. Bepaald is thans als hoofdregel dat de werkgever het loon moet voldoen, ook als de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het niet verrichten van die arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen (artikel 7:628 lid 1 B.W).

Door deze wijziging zal de bewijslast ter zake van het niet behoeven betalen van loon in beginsel bij de werkgever liggen.

De mogelijkheid om bij CAO af te wijken van deze wettelijke regel dat ook loon moet worden betaald als de werknemer geen arbeid verricht door omstandigheden die niet in de risicosfeer van de werknemer liggen, wordt beperkt. Thans biedt de wet (artikel 7:628 B.W.) de mogelijkheid om gedurende de eerste 26 weken bij schriftelijke overeenkomst af te wijken van deze wettelijke regel. Op deze mogelijkheid zijn nulurencontracten en min-max contracten gebaseerd. In de arbeidsovereenkomst wordt dan bepaald dat geen loon verschuldigd is als geen arbeid wordt verricht, ook als dat niet verrichten van arbeid gebeurt onder omstandigheden die wel voor risico van de werkgever komen. De mogelijkheid tot afwijking van de wet bij CAO wordt thans gebruikt om de termijn van 26 weken te verlengen, zodat de werknemer daardoor langer wordt weerhouden van het verkrijgen van recht op loon als hij geen arbeid verricht door omstandigheden die in de risicosfeer van de werkgever liggen. 

Door de wetswijziging wordt afwijking van de wettelijke termijn van 26 weken bij CAO alleen nog mogelijk als het gaat om functies waarvan de daaraan verbonden werkzaamheden incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang hebben (artikel 7:628 lid 7 B.W.).

Blijkens de Memorie van Toelichting kan het bijvoorbeeld gaan om nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande activiteiten of om tijdelijke, seizoensgerelateerde werkzaamheden.

Voor de uitzendsector gaat een mogelijkheid gelden om bij CAO van de wet af te wijken gedurende de eerste 78 weken (artikel 7:691 lid 7 en lid 8 onder a B.W.).

Bij ministeriële regeling kunnen op verzoek van werkgeversorganisaties en vakbonden bepaalde bedrijfstakken worden uitgesloten van de mogelijkheid om af te wijken van de wettelijke regel dat ook loon moet worden betaald als de werknemer geen arbeid verricht door omstandigheden die in de risicosfeer van de werkgever liggen (artikel 7:628 lid 8 B.W.). In feite worden dan nulurencontracten en min-max contracten verboden.

In het sociaal akkoord is afgesproken dat van deze mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt voor de zorgsector. 

Overgangsrecht nulurencontracten en min-max contracten

Op nulurencontracten en min-max contracten die reeds zijn tot stand gekomen vóór het tijdstip van inwerkingtreden van de wet (1 januari 2015) blijft de oude wet van toepassing (artikel XXIIa lid 1).

Onder het totstandkomen van een arbeidsovereenkomst moet blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstukken 33818, nr. 3, bladzijde 127) worden begrepen het aangaan van de arbeidsovereenkomst zodat op het nulurencontract en op het min-max contract dat vóór 1 januari 2015 is getekend nog het oude recht van toepassing is. Bepalend is het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten (Memorie van Antwoord, 33818, nummer C bladzijde 53).

Op een CAO die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreden van de wet (1 januari 2015) al bestond en op arbeidsovereenkomsten waarop die CAO van toepassing is, blijft de oude bepaling dat onbeperkt van de bepalingen van artikel 7:628 B.W. kan worden afgeweken, van toepassing voor de resterende duur van de looptijd van die CAO maar maximaal gedurende 18 maanden, dus tot 1 juli 2016 (artikel XXIIa lid 1). Zo lang kunnen uitzendovereenkomsten dus gebaseerd blijven op die CAO.

In art. XXIIa lid 2 WWZ is een aparte regeling opgenomen in verband met de nieuwe Calamiteitenregeling WW. Hierin wordt geregeld dat de mogelijkheid om, conform art. 7:628 lid 7 B.W. (oud) bij CAO af te wijken van art. 7:628 lid 1 BW blijft bestaan tot 1 april 2016, maar alleen voor zover deze afwijking betrekking heeft op buitengewone natuurlijke omstandigheden als bedoeld in art. 18 WW.