Overgangsrecht arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

Op lopende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die op of na het tijdstip van inwerkingtreden van de wet (1 juli 2015) worden voortgezet en op voorafgaande arbeidsovereenkomsten blijft de oude wet van toepassing (artikel XXIIe lid 2). Bepalend is het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten (Memorie van Antwoord, 33818, nummer C bladzijde 53).

Indien de voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vóór 1 juli 2015 is afgesproken maar na 1 juli 2015 ingaat is daarop dus nog het oude recht van toepassing.

Werkgevers die nog de maximale periode van drie jaar willen benutten, waarin verlengde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden aangegaan zonder dat van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, dienen te zorgen dat vóór 1 juli 2015 tweede of derde arbeidsovereenkomst wordt aangaan, die dan kan doorlopen tot en met maximaal 36 maanden na de datum van ingang van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Indien een lopende (eerste of tweede) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na 1 juli 2015 eindigt zouden werkgever en werknemer vóór 1 juli 2015 in overleg kunnen besluiten om in aansluiting daarop een nieuwe (tweede of derde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan, waarmee dan nog de oude maximale looptijd van verlengde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van 36 maanden kan worden benut.

Let op: indien na 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt die op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet, is wel een transitievergoeding verschuldigd. Die bedraagt na 36 maanden één maandsalaris.

Voor wat betreft de vraag welke tussenpoos in acht moet worden genomen om een nieuwe keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan, geldt dat na de op 1 juli 2015 lopende arbeidsovereenkomst meer dan zes maanden in acht moet worden genomen, maar dat bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die zijn voorafgegaan aan de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die op 1 juli 2015 loopt, een tussenpoos van meer dan drie maanden voldoende is om een nieuwe keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te starten (artikel XXIIe lid 3).

Voorbeeld 1:
De eerste arbeidsovereenkomst is aangegaan van 1 april 2014 tot 1 oktober 2014. Deze arbeidsovereenkomst is vervolgens twee maal met een half jaar verlengd en de derde arbeidsovereenkomst eindigt aldus op 1 oktober 2015. Voordat een nieuwe keten van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kan ontstaan, moet na 1 oktober 2015 een tussenpoos in acht worden genomen van meer dan zes maanden. Wel is van belang dat de regering wijst op jurisprudentie waarbij dit "onder omstandigheden” naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Voorbeeld 2:
Er zijn drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gesloten, waarvan de laatste is geëindigd met ingang van 1 januari 2015. Vervolgens hebben partijen na een tussenpoos van meer dan drie maanden op 15 april 2015 een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden gesloten. Omdat het een tussenpoos betreft die voorafgaat aan de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die op 1 juli 2015 loopt, is de tussenpoos van meer dan drie (maar niet meer dan zes maanden) voldoende om op 15 april 2015 een nieuwe keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te laten ontstaan. Ook is van belang dat de regering wijst op jurisprudentie waarbij dit "onder omstandigheden” naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. 


Op een CAO die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreden van de wet (1 juli 2015) al bestond en op de arbeidsovereenkomsten waarop die CAO van toepassing is, blijft de oude wet van toepassing voor de resterende duur van de looptijd van die CAO maar maximaal gedurende twaalf maanden, dus tot 1 juli 2016 (artikel XXIIe lid 1).

Dat betekent dat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan ontstaan als de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op dat moment nog bestaat. Ook hier geldt echter dat van een nieuwe keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt uitgegaan vanaf het moment waarop, voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst die op 1 juli 2015 loopt, een tussenpoos van meer dan drie maanden in acht is genomen.

Werkgevers die na 1 juli 2015 nog gebruik willen maken van de door een CAO die op 30 juni 2015 reeds bestond uitgebreide mogelijkheid voor het sluiten van verlengde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, dienen te zorgen dat deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt voordat de looptijd van de CAO eindigt en vóór 1 juli 2016, omdat de verlengde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd anders van rechtswege geacht wordt voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan, indien sprake is van een overschrijding van het maximale aantal van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of van de maximum duur van verlengde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van 24 maanden.

Voorbeeld: 
Een CAO die reeds vóór 1 juli 2015 is ingegaan en op 1 juli 2015 nog loopt bepaalt in afwijking van artikel 7:668a B.W. dat vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd mogelijk zijn in 36 maanden, zonder dat uit de CAO blijkt dat de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering deze uitzondering vereist. Onder het nieuwe recht is deze afwijking van de wet dus niet rechtsgeldig. De CAO heeft nog een looptijd tot 1 januari 2016. De werkgever is drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aangegaan, elk voor de duur van een half jaar, waarvan de laatste op 1 oktober 2015 eindigt. Als de werkgever nog gebruik wil maken van de door de CAO geboden mogelijkheid om in afwijking van de wet vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan, dient deze vierde arbeidsovereenkomst te eindigen voordat de looptijd van de CAO verstrijkt, dus uiterlijk op 31 december 2015, en (maar dat is in dit voorbeeld niet van toepassing) uiterlijk op 30 juni 2016. Zou de werkgever nog een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden aangaan, dan wordt deze arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2016 (de eerste dag na de dag waarop de looptijd van de CAO verstrijkt) geacht van rechtswege voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan.